Het essay is getiteld 'Duurzaamheid van onderop: collectieve betrokkenheid als basis voor maatschappelijke transities'. Tine De Moor en Lukas Held onderzoeken in dit essay hoe burgercollectieven kunnen bijdragen aan maatschappelijke transities, zoals de klimaattransitie. Ze benadrukken dat het klimaat zelf geen 'common' is volgens de definitie van Elinor Ostrom, maar dat burgercollectieven wel gezamenlijk voorzieningen zoals energie, mobiliteit en land kunnen beheren. Juist via die concrete initiatieven kunnen zij een belangrijke bijdrage leveren aan verduurzaming en klimaatmitigatie.
Open de bundel
Uit het essay (vanaf p. 361) volgen enkele duidelijke lessen en handelingsperspectieven:
1. Erken burgercollectieven als volwaardige governanceactoren. Niet als participatie-instrument, maar als institutionele partners met een eigen mandaat en expertise.
2. Werk aanvullend in plaats van vervangend. Overheden moeten niet taken overnemen wanneer collectieven succesvol opereren, maar ondersteunende kaders bieden die hun autonomie respecteren.
3. Pas regulering proportioneel toe. Administratieve en juridische eisen moeten in verhouding staan tot de schaal en aard van het collectief, zodat innovatie en betrokkenheid niet worden verstikt. Erken hierbij ook dat sommige instrumenten, bijvoorbeeld financiƫle prikkels, niet noodzakelijk een langdurig effect zullen hebben, maar dat er ook alternatieven voor handen zijn.
'Het (h)erkennen en waarderen van hun specifieke logica vraagt een open geest en houding, maar ook institutionele moed, niet in het minst van overheidspartners. Waar die erkenning ontstaat, kan echter iets groeien dat meer is dan de som der delen: een bestuurspraktijk waarin burgers niet slechts participeren, maar actief mede vormgeven aan duurzame en democratische transities.'